Bij de dienst
Fijn om elkaar weer te zien op 16 april. Ik verheug me erop om in de pastoreskamer mijn toga aan te trekken, voor de spiegel de stola goed te hangen en bij een kopje koffie aan de statafel in de hoek iedereen te zien binnenkomen en te spreken. En na afloop bij te praten.
Uit de Bijbel lezen we hoe de evangelist Johannes aftast hoe geloven en zien zich tot elkaar verhouden (Johannes 20:19-31). Hij vertelt van Thomas, die er niet bij was toen Jezus na zijn dood aan de andere leerlingen verscheen. Hoe goed de anderen ook hun best doen te vertellen wat ze hebben ervaren, het lukt Thomas niet om het zo voor zich te zien dat hij het kan geloven. Pas als Jezus hem zelf voor ogen komt, gaat hem het licht op. Lastig is dat, niet zien en toch geloven. Ik ben er de ene keer beter in dan de andere keer en vraag me wel eens af hoe dat komt.
Het leesrooster combineert de tekst uit Johannes met een gedeelte van het verhaal van Noach (Genesis 8:6-16). De duif wordt uitgestuurd uit de ark om te zien of er al droog land is. De eerste keer is dat er niet en keert de duif terug. De tweede keer heeft ze een twijgje in haar snavel. Daarin ziet Noach iets dat hem doet geloven dat het land bijna weer bewoonbaar is. Dat geloof wordt sterker als hij de duif niet meer ziet, en ze wegblijft.
Geloven wat je niet ziet – hoe doen we dat en hoe ver gaan we erin? We zingen onder meer ‘Wat in stilte bloeit’ – over het ontkiemen van een schepping die voor iedereen goed is – en ‘De toekomst van de Heer is daar’. Graag tot de 16de.
Geurt Roffel
